Hannie Kunst, partner bij: Nijmegen - Hof van Heden

Hannie Kunst; wethouder Stedelijke Ontwikkeling, Nijmegen

”Hof van Heden was een kwaliteitsimpuls voor de buurt”

Er zijn feitelijk twee soorten vastgoedontwikkelaars: allereerst zijn dat de ontwikkelaars die volledig overtuigd zijn van hun kwaliteit en die komen vertellen wat er moet gebeuren. Dat zijn de ‘zenders’ en daar heb ik in het verleden zoveel slechte ervaringen mee opgedaan, dat ik daar geen zaken meer mee doe. En dan zijn er daarnaast de partijen die wél willen luisteren. Die oog hebben voor de cultuur en de omgeving. Die de context meenemen in hun ontwikkeling en daar ook inspiratie uit halen. Ontwikkelaars die wel degelijk ambitie hebben, maar die ambitie spiegelen aan de situatie waarbinnen ontwikkeld wordt. Die zich daardoor ook laten inspireren. Bij deze laatste categorie hoort Kalliste. Natuurlijk streeft men daar ook winst na, maar die winst wordt behaald met kwaliteit.

Wat ik knap vind van Kalliste is, dat ze die kwaliteit niet alleen zoeken in ‘de stenen’, maar ook in de gemeenschappen die binnen een project ontstaan. Ze denken op voorhand na over de ontmoetingsmogelijkheden en zaken als sociale veiligheid. Ook daar merk ik dat er verder gekeken wordt. Kalliste heeft begrepen dat de waarde van een project ook behaald wordt door de ruimte tussen de bebouwing en door het groen. Bij een project als Hof van Heden zie je, hoe de kwaliteit van het project ook uitstraalt op de buurt. Door de kwaliteitsimpuls die hier gegeven is, nemen we in de belendende straten een opleving waar. Dat is prachtig om te zien. Nu we als gemeente in de toekomst minder geld in de verbetering van wijken kunnen steken, zal een dergelijke acupunctuur-aanpak, met zorgvuldig geplaatste speldenprikken in een buurt, ook een oplossing blijken.

De huidige crisis maakt dat we ons op veel woningbouwontwikkeling moeten herbezinnen. Grote projecten zullen gefaseerd tot stand komen. Dat maakt dat gebieden meer organisch zullen groeien. Wijken zullen daardoor nog meer gedifferentieerd worden en ik meen dat dit de ontwikkeling uiteindelijk ten goede komt. De crisis brengt dus ook niet alleen maar slechts. Ik hoop ook dat de grondprijzen en daarmee de huizenprijzen op een normaler niveau terecht zullen komen. Intussen zien we natuurlijk wél dat er marktpartijen zijn, die grond voor veel geld hebben ingekocht en die nu een oplossing moeten vinden. Die oplossing kan in onze ogen nooit méér volume op hetzelfde kavel zijn. Men zal na moeten denken, hoe met minder geld tóch kwaliteit geleverd kan worden. In de jaren 30 en 50 hebben we al laten zien dat soberder bouwen wel degelijk iets moois op kan leveren. Kalliste heeft eerder bewezen dat het in dit soort zaken mee kan denken en het zal ook hierin op tijd de omslag maken.